Editoriaal

Juni – examenmaand

De maand juni is voor studenten de maand die ze liefst zo snel mogelijk achter zich laten, want de examenkoorts slaat dan toe en dat niet alleen voor de studenten maar ook voor de ouders!
Examens zijn van alle tijden en vormen van oudsher de toegangspoort voor een veelheid van beroepen. In de middeleeuwen werden jongens op zeer jonge leeftijd in dienst genomen bij een gildemeester.

Na verloop van tijd, wanneer de gildemeester vond dat de jongen voldoende capaciteiten had en geschikt werd geacht voor het ambacht, werd hij benoemd tot gezel. Pas na een lange leerperiode en het slagen in een examen of meesterproef mocht hij zichzelf meester noemen.

Voor ‘de kunst van de chirurgie’ bepaalde een ordonnantie van 1615 dat niemand in de stad Leuven dit beroep mocht uitoefenen zonder dat hij geëxamineerd was door twee professoren, in het bijzijn van dekens van het ambacht. Reeds in 1517 le- zen we in een ordonnantie dat er ‘wel ende scherpelijck’ dient geëxamineerd te worden. In 1615 werd een theoretisch examen ingevoerd en wie niet slaagde werd een wachttijd van zes tot twaalf maanden opgelegd.

Het praktisch examen omvatte in eerste instantie het smeden van vier lancetten of vlymmen (vandaar het woord ‘vlijmscherp’) en wanneer deze waren goed bevonden moest de kandidaat ze gebruiken voor het afleggen van de proef van het aderlaten. Ook dit was nauwkeurig omschreven, te weten het openen van vier aderen: ‘eene vanden grooten teen, twee opde handt ende eene inden slincken aerm’. Het trekken van een tand behoorde eveneens tot de examenstof.

Examenkoorts zal de middeleeuwer evenzeer geraakt hebben als de student van vandaag.