Editoriaal

De IJsheiligen komen eraan!

Elke dag van het jaar is een naamdag van een of andere heilige man of vrouw. Een aantal onder hen, namelijk Mamertus 11 mei, Pancratius 12 mei, Servatius 13 mei en Bonifatius 14 mei, zijn berucht als de ijsheiligen en bij tuinders kondigen zij een gekend en gevreesd verschijnsel aan, namelijk de kans op nachtvorst. Vermits drie een heilig getal is,
rekenen de meeste regio’s met drie ijsheiligen. Soms wordt Mamertus niet meegeteld, in andere streken hoort Bonifatius er niet bij. Op zich hebben deze heiligen niets met ijs of vorst te maken, het is alleen omdat hun naamdagen samenvallen met een klimatologisch verschijnsel dat zich niet elk jaar maar toch regelmatig voordoet, dat ze de ijsheiligen worden genoemd.
Na een reeks warmere dagen in april volgt soms een polaire luchtstroom die, gepaard gaande met het nog koude zeewater, de temperatuur ’s nachts onder de 0 °C kan laten dalen. Na half mei worden de nachten niet meer zo koud en wordt de kans op nachtvorst heel klein. Wie op veilig speelt zal ofwel wachten met planten in open lucht tot na 15 mei, dan wel de weersvoorspellingen in het oog houden en tere jonge plantjes zoals tomaten, pompoenen en aardappelen, maar ook bloemen zoals hortensia’s en geraniums niet naar buiten brengen of afdekken. De ijsheiligen zijn een van de oudste en bekendste begrippen uit de volksweerkunde. Al in het jaar 1000 wordt in geschriften in heel West-Europa gewaarschuwd tegen deze gevaarlijke periode die nefast kan zijn voor de oogst. In plantages en boomgaarden in bloei stak, en steekt men ook nu nog, gedurende deze dagen in de nacht vuren aan tegen de gevaren van nachtvorst.

De ijsheiligen vindt men terug in tal van weerspreuken: Al is Mamertus oud en grijs,
hij houdt van vriezen en van ijs.

Van nachtvorst ben je nimmer vrij, als Bonifasius nog niet is voorbij.

Voor de nachtvorst zijt ge niet beschermd, totdat Servatius zich over u ontfermt.